Worldlog Esther Ouwehand


5 februari 2019

In mijn laatste Worldlog van 2018 kondigde ik aan dat we in het nieuwe jaar in de Nederlandse Tweede Kamer een fundamenteel debat zouden houden over het lijden en sterven van dieren in de veehouderij. Dat debat vond twee weken geleden plaats en vorige week stemde de Tweede Kamer over de verschillende moties die we hadden ingediend om de dieren te helpen. We hebben van tevoren onze collega’s van de andere politieke partijen gevraagd om moed te tonen. Om echt goed na te denken over de verantwoordelijkheid die zij dragen voor het lot van meer dan 64 miljoen dieren die jaarlijks worden gefokt, gebruikt en gedood door de Nederlandse veehouderij.

Het debat was historisch omdat in de samenleving een bewustwording op gang is gekomen die iedere dag sterker en helderder wordt. Tijdens het debat en de stemmingen daarna, ging de politiek echter wederom aan de verkeerde kant van de geschiedenis staan. Geconfronteerd met het massaal en dagelijks lijden van de dieren in de vee-industrie, ging de meerderheid van collega-politici doen wat ze altijd doen: ontkennen, bagatelliseren en de boodschapper demoniseren. Activisten die de burgers laten zien wat er echt achter gesloten deuren met dieren gebeurt, werden weggezet als criminelen. Dat terwijl die activisten een kernwaarde van onze democratie willen beschermen: het recht op eerlijke informatie. Dat recht staat onder druk en consumenten worden door overheid, supermarkten en de landbouwsector misleid: blije dieren op brochures en verpakkingen, uitgebuite dieren in de stal.


Esther Ouwehand tijdens het debat over het lijden van dieren in de veehouderij

Niet de boeren, maar het systeem staat ter discussie. Het systeem waarin mensen voortdurend moeten worden wakker geschud door beelden van de realiteit en waarin de toezichthouder faalt in handhaving van de al slappe regels. Op undercoverbeelden zien we regelmatig varkens, sociale dieren, vast tussen stangen, die moeten toezien hoe hun biggen worden gemutileerd. Zonder verdoving worden staartjes van de biggetjes afgeknipt en hun tandjes afgevijld. De minister ontkent dat zulke beelden representatief zijn, maar wat we zien is toegestaan volgens ministers eigen wet. De huidige regels staan zulke horrorpraktijken toe.

Meer dan 18 jaar geleden hebben de meeste politieke partijen beloofd dat uiterlijk in 2022 het perspectief van het dier leidend zou zijn in de veehouderij: dat dieren hun natuurlijke soorteigen gedrag kunnen vertonen. Het goede nieuws is dus dat we het in de Tweede Kamer eigenlijk eens zijn: de intensieve veehouderij zoals die nu bestaat, de manier waarop dieren daar worden gefokt, gebruikt en gedood, is moreel onacceptabel. De Kamer en de wet erkennen ook de intrinsieke waarde van het dier.

Maar als er echte maatregelen moeten worden genomen om recht te doen aan die conclusies, weigert de politiek actie te ondernemen. De politiek zegt dan eigenlijk: “Ja, we erkennen de intrinsieke waarde van het dier, maar niet als het om een ‘productiedier’ gaat. Niet als we er geld aan kunnen verdienen.” Dus wat je met een hond terecht niét mag doen en waar je een forse boete of straf voor krijgt, mag dat volgens de politiek wél met koeien, varkens, kippen en geiten. Onze minister van Landbouw en de meerderheid van onze collega-politici creëren zo hun eigen fundamentele spagaat.

Dieren zijn levende wezens met bewustzijn en gevoel. Mensen zien meteen dat het volstrekt verwerpelijk is als ze een kijkje krijgen in de dagelijkse realiteit van de veehouderij. Bijna 20 jaar geleden is de dieren beloofd dat we een einde zouden maken aan dit systeem. Het is aan de huidige Tweede Kamer om te laten zien dat ze die belofte aan de dieren nakomt.

Bovendien: het aanpakken van de veehouderij is het grote taboe in de politiek, terwijl dat de meest rationele en effectieve oplossing is voor dierenleed, natuurschade en klimaatverandering. We moeten de veestapel rigoureus verkleinen. Dat is onvermijdelijk. Niet alleen de Partij voor de Dieren zegt dat, maar ook de wetenschap en zelfs de belangrijkste adviesorganen van de Nederlandse overheid. Opkomen voor dieren is het Zwitserse zakmes van alle problemen die we in de wereld moeten bestrijden. Daarmee voorkomen we dierenleed en in één klap helpen we de klimaatverandering en het biodiversiteitsverlies te stoppen én honger de wereld uit te helpen. De transitie naar plantaardig is de gezonde, duurzame én diervriendelijke toekomst.


Mars voor dierenrechten in Amsterdam 2018

Het is niet verstandig en ook niet eerlijk om boeren verder te laten investeren in een systeem waarvan we nu al weten dat het onhoudbaar is. We moeten onze boeren voorbereiden op een plantaardige toekomst. De Partij voor de Dieren stelt daarom voor om de miljoenen subsidies die nu naar de Nederlandse veehouderij gaan, in te zetten om de vee-industrie af te bouwen. Stoppen met het fokken van dieren voor de slacht en inzetten op de transitie naar plantaardig.

De lobbykracht van de intensieve veehouderij is sterk. Maar gelukkig zijn er steeds meer mensen en zelfs bedrijven die overstappen naar plantaardig. De tijd is nu. Na al die (honderden!) jaren waarin steeds een kleine minderheid het opnam voor de dieren, worden mensen nu in rap tempo bewust. De dierenrechtenbeweging is de snelst groeiende sociale beweging van onze tijd. Sluit je aan!

Aankomende donderdag gaat in Amsterdam #Powerplant, de nieuwe documentaire van ons wetenschappelijk bureau, in première. In de documentaire wordt onderzocht wat de kansen zijn voor een plantaardige samenleving en hoe dat de planeet kan redden. De documentaire zal waarschijnlijk de wereld rond reizen, dus houd onze social media pagina’s in de gaten voor updates!

Dit is voorlopig mijn laatste Worldlog. Onze partijleider Marianne Thieme is terug van ziekteverlof en zal in de volgende Worldlogs weer haar ervaringen met jullie delen.

Ter afsluiting: klik hier om een prachtig stukje stand-up komedie met jullie, van de Amerikaanse Preacher Lawson.

Groet,

Esther Ouwehand